Gehoor

Door een ongeval, een infectieziekte, het gebruik van bepaalde medicijnen, overmatige blootstelling aan lawaai of de ouderdom (ouderdomsslechthorendheid) kan slechthorendheid ontstaan.

We spreken van slechthorendheid als het gehoor licht tot ernstig gestoord is.

Als gevolg van slechthorendheid kan de spraakverstaanbaarheid verminderen, muziek wordt vervormd en bepaalde geluiden kunnen niet gehoord worden. Vooral de verminderde spraakverstaanbaarheid heeft invloed op de communicatie. In ‘lawaaiige’ omgeving (bv. een verjaardag) kan de slechthorende spraak niet goed verstaan en kan zich daardoor buitengesloten voelen.

Tijdens de logopedische behandeling wordt er gewerkt aan het herstellen van de communicatie, spraakafzien (vroeger liplezen genoemd) is hier een onderdeel van. Dit is vaak in combinatie met een hoortoestel.

Naast slechthorendheid, waarbij men nog wel geluiden kan waarnemen, kan er ook sprake zijn van doofheid. Bij doofheid wordt er geen of nog maar nauwelijks geluid waargenomen. Dit kan plots ontstaan, van de ene op de andere dag, maar ook geleidelijk ontstaan.

Wanneer men op latere leeftijd doof wordt, heeft dat zeer ingrijpende gevolgen. Er ontstaan grote problemen in de onderlinge communicatie, in het zelfstandig functioneren en in het werk. Er is een verleden als horende en het verlies van het gehoor wordt goed beseft. Soms is het met behulp van een hoortoestel nog wel mogelijk enig geluid waar te nemen, maar dit is niet genoeg om spraak te verstaan.

Tijdens de logopedische behandeling wordt er gewerkt aan het herstellen van het onderlinge contact van de dove en zijn directe omgeving. De directe omgeving wordt bij de behandeling betrokken. Zij moeten leren om langzaam en duidelijk te spreken om het spraakafzien mogelijk te maken en om eventuele ondersteunende gebaren aan te leren, want spraakafzien alleen is vaak niet genoeg.