Taal

Wanneer een kind minder goed begrijpt wat er wordt gezegd, weinig woorden zegt, geen of onvolledige / kromme zinnen maakt en / of moeite heeft met taal in de goede context te gebruiken, spreken we van een vertraagde taalontwikkeling.

Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt. Een vertraagde taalontwikkeling kan leiden tot gedragsproblemen en /of leerproblemen.

Bij de logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag, er wordt gewerkt aan de woordenschat en de zinsbouw. Daarnaast wordt er gewerkt aan de taalpragmatiek, het kind leert taal te gebruiken in een juiste context. Bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken krijgen de voorwaarden om tot spreken te komen aandacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imiteren van een ander, het oogcontact, het nemen van beurten. De ouders of verzorgers worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken.

In de therapie wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind, de eventuele bijkomende problemen en de mogelijkheden in de omgeving van het kind.